Alle bordcategorieën op een rij. Je hoeft ze niet stuk voor stuk uit je hoofd te leren: als je de logica van vorm en kleur kent, herken je verreweg de meeste vanzelf.
Driehoek met rode randwaarschuwing
Rond met roodverbod
Rond en blauwgebod
Vierkant en blauwinformatie
A
Snelheid
5 borden
A1Maximumsnelheid
De hoogste snelheid die je hier mag rijden. Geldt tot een eindbord of tot het volgende kruispunt.
A2Einde maximumsnelheid
Het eerdere snelheidsbord vervalt; de standaardsnelheid voor dat wegtype geldt weer.
A3Maximumsnelheid op een electronisch signaleringsbord
A4Adviessnelheid
Een aanbevolen snelheid, bijvoorbeeld voor een bocht. Geen verplichting, maar harder dan de maximumsnelheid mag nooit.
A5Einde adviessnelheid
B
Voorrang
7 borden
B1Voorrangsweg
Je rijdt op een voorrangsweg en krijgt voorrang op alle kruisende wegen.
B2Einde voorrangsweg
Je voorrangspositie stopt; het volgende kruispunt is weer gelijkwaardig.
B3Voorrangskruispunt
Op dit kruispunt krijg jij voorrang van het kruisende verkeer.
B4Voorrangskruispunt Zijweg links
B5Voorrangskruispunt Zijweg rechts
B6Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg
Verleen voorrang aan alle bestuurders op de kruisende weg. Hoort bij de haaientanden op het wegdek.
B7Stop; verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg
Volledig stoppen voor de stopstreep en daarna voorrang verlenen, ook als er niemand aankomt.
C
Geslotenverklaring
26 borden
C1Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee
Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van vee.
C2Eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee
C3Eenrichtingsweg
C4Eenrichtingsweg
C5Inrijden toegestaan
C6Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen
C7Gesloten voor vrachtauto's
C7aGesloten voor autobussen
C7bGesloten voor autobussen en vrachtauto’s
C8Gesloten voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines
C9Gesloten voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen
C10Gesloten voor motorvoertuigen met aanhangwagen
C11Gesloten voor motorfietsen
Motorfietsen mogen deze weg niet op.
C12Gesloten voor alle motorvoertuigen
Geen enkel motorvoertuig mag hier rijden, dus ook geen motor.
C13Gesloten voor bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen, met in werking zijnde motor
C14Gesloten voor fietsen en voor gehandicaptenvoertuigen zonder motor
C15Gesloten voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen
C16Gesloten voor voetgangers
C17Gesloten voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord is aangegeven
C18Gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord is aangegeven
C19Gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord is aangegeven
C20Gesloten voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord is aangegeven
C21Gesloten voor voertuigen en samenstellen van voertuigen, waarvan de totaalmassa of de som van de aslasten hoger is dan op het bord is aangegeven
C22Gesloten voor voertuigen met bepaalde gevaarlijke stoffen
C22eGesloten voor personenauto’s, bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of autobussen vanwege emissie-eisen (milieuzone of nul-emissiezone)
C22fEinde geslotenverklaring vanwege emissie-eisen (milieuzone of nul-emissiezone)
D
Rijrichting
7 borden
D1Rotonde; verplichte rijrichting
Verplichte rijrichting op de rotonde: altijd rechtsom.
D2Gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft
D3Bord mag aan beide zijden worden voorbijgegaan
D4Gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven
D5Gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven
D6Gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord zijn aangegeven
D7Gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord zijn aangegeven
E
Parkeren en stilstaan
16 borden
E1Parkeerverbod
Parkeren mag niet. Kort stoppen om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden en lossen mag nog wel.
E2Verbod stil te staan
Strenger dan E1: je mag hier ook niet even stoppen om iemand te laten in- of uitstappen.
E3Verbod fietsen en bromfietsen te plaatsen
E4Parkeergelegenheid
Hier mag je parkeren.
E5Taxistandplaats
E6Gehandicaptenparkeerplaats
Alleen voor voertuigen met een geldige gehandicaptenparkeerkaart.
E7Gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen
E8Parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie of groep voertuigen die op het bord is aangegeven
E8aParkeergelegenheid alleen bestemd voor kampeerwagens
E8bParkeergelegenheid voor het parkeren met twee wielen op het trottoir
E8cParkeergelegenheid alleen bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen
E9Parkeergelegenheid alleen bestemd voor vergunninghouders
E10Parkeerschijf-zone met verplicht gebruik van parkeerschijf, tevens parkeerverbod indien er langer wordt geparkeerd dan de parkeerduur die op het bord is aangegeven
In deze zone is een parkeerschijf verplicht. Een solomotor is hiervan uitgezonderd.
E11Einde parkeerschijf-zone met verplicht gebruik van parkeerschijf
E12Parkeergelegenheid ten behoeve van overstappers op het openbaar vervoer
E13Parkeergelegenheid ten behoeve van carpoolers
F
Overige geboden en verboden
22 borden
F1Verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen
Motorvoertuigen mogen elkaar hier niet inhalen. Een landbouwtrekker inhalen mag nog wel.
F2Einde verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen
F3Verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen
Vrachtauto's mogen geen motorvoertuigen inhalen. Jij mag die vrachtauto dus wel inhalen.
F4Einde verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen
F5Verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting
Bij een wegversmalling: jij wacht op de tegenligger.
F6Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan
Bij een wegversmalling: jij mag eerst, de tegenligger wacht.
F7Keerverbod
F8Einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden
F9Einde van alle op een elektronisch signaleringsbord aangegeven verboden
F10Stop. In het bord kan worden aangegeven door wie of waarom het bord wordt toegepast
F11Verplicht gebruik passeerbaan of passeerstrook (rijbaan of -strook om ingehaald te kunnen worden), uitsluitend bestemd voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines
F12Einde verplicht gebruik passeerbaan of passeerstrook (rijbaan of -strook om ingehaald te kunnen worden), uitsluitend bestemd voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines
F13Rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van lijnbussen
F14Einde busbaan of -strook
F15Rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van trams
F16Einde trambaan of -strook
F17Rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van lijnbussen en trams
F18Einde bus- en trambaan of -strook
F19Rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van vrachtauto’s en lijnbussen
F20Einde rijbaan of -strook voor vrachtauto’s en lijnbussen
F21Rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van vrachtauto’s
F22Einde rijbaan of -strook voor vrachtauto’s
G
Verkeersregels
16 borden
G1Autosnelweg
Minimaal 60 km/u kunnen rijden. Keren, achteruitrijden en stilstaan op de rijbaan zijn verboden.
G2Einde Autosnelweg
G3Autoweg
Minimaal 50 km/u kunnen rijden; maximaal 100 km/u buiten de bebouwde kom.
G4Einde autoweg
G5Erf
Stapvoets rijden (max 15 km/u); voetgangers mogen de hele breedte gebruiken.
G6Einde erf
G7Voetpad
G8Einde voetpad
G9Ruiterpad
G10Einde ruiterpad
G11Verplicht fietspad
Fietsers moeten hier rijden; bromfietsers mogen er niet op.
G12Einde verplicht fietspad
G12aFiets/bromfietspad
Bromfietsers moeten hier rijden en mogen dan niet op de rijbaan.
G12bEinde fiets/bromfietspad
Bromfietsers gaan weer naar de rijbaan.
G13Onverplicht fietspad
Fietsers mogen hier rijden, maar het hoeft niet. Bromfietsers mogen er niet op.
G14Einde onverplicht fietspad
H
Bebouwde kom
2 borden
H1Bebouwde kom
Vanaf hier geldt standaard 50 km/u.
H2Einde bebouwde kom
Vanaf hier geldt buiten de kom standaard 80 km/u.
J
Waarschuwing
39 borden
J1Slecht wegdek
J2Bocht naar rechts
J3Bocht naar links
J4S-bocht(en), eerst naar rechts
J5S-bocht(en), eerst naar links
J6Steile helling
J7Gevaarlijke daling
J8Gevaarlijk kruispunt
Let op: dit is altijd een gelijkwaardig kruispunt, dus rechts gaat voor.
J9Rotonde
Waarschuwing voor een naderende rotonde.
J10Overweg met slagbomen
J11Overweg zonder slagbomen
Onbeveiligde overweg: alleen oversteken als je zeker weet dat er geen trein komt.
J12Overweg met enkel spoor
Overweg met een enkel spoor.
J13Overweg met twee of meer sporen
Overweg met twee of meer sporen.
J14Tram(kruising)
J15Beweegbare brug
J16Werk in uitvoering
J17Rijbaanversmalling
J18Rijbaanversmalling rechts
J19Rijbaanversmalling links
J20Slipgevaar
J21Kinderen
J22Voetgangersoversteekplaats
J23Voetgangers
J24Fietsers en bromfietsers
J25Losliggende stenen
J26Kade of rivieroever
J27Groot wild
J28Vee
J29Tegenliggers
J30Laagvliegende vliegtuigen
J31Zijwind
Waarschuwing voor zijwind: stuur stevig vasthouden, lichaam ontspannen.
J32Verkeerslichten
J33File
J34Ongeval
J35Slecht zicht door sneeuw, regen of mist
J36IJzel of sneeuw
J37Gevaar (de aard van het gevaar is aangegeven op het onderbord
J38Verkeersdrempel
J39Waarschuwing voor elektrische in- en uitschuifbare paal in de rijbaan (poller) waarmee toegankelijkheid van straten en gebieden kan worden geregeld.
K
Bewegwijzering
14 borden
K1Lage beslissingwegwijzer langs autosnelweg voor de doorgaande richting, met interlokale doelen en routenummer autosnelweg
K2Voorwegwijzer langs autosnelweg voor de afgaande richting, met afstandaanduiding, afritnummer, interlokale doelen (bovenste doel = afritnaam), verwijzing naar vliegveld/luchthaven en routenummer niet-autosnelweg
K3Beslissingswegwijzer langs autosnelweg voor de afgaande richting naar een verzorgingsplaats, met de naam van de parkeerplaats en symbolen die de aard van de voorzieningen aangeven
K4Hoge beslissingswegwijzer langs autosnelweg met rijstrookpaneel voor de doorgaande richting en aftakkingspaneel voor de afgaande richting, met interlokale doelen, routenummers autosnelwegen en Europese hoofdroutes
K5Voorwegwijzer langs niet-autosnelweg, met interlokale doelen, routenummers, viaductsymbool en aanduiding industrieterrein
K6Beslissingswegwijzer langs niet-autosnelweg met interlokale doelen en routenummer niet-autosnelweg
K7Wegwijzer voor fietsers en bromfietsers (handwijzer), met lokaal doel, interlokaal doel, stedelijk fietsroutenummer (boven), en met interlokale doelen en interlokaal fietsroutenummer (onder)
K8Wegwijzer voor fietsers en bromfietsers (stapelbord), met interlokale doelen en een via een alternatieve route te bereiken doel (cursief)
K9Omleiding. Maatregel op voorwegwijzer langs niet-autosnelweg
K10Voorwegwijzer binnen de bebouwde kom met interlokaal doel, lokaal doel, een dagrecreatiecentrum, objecten en stadsroutenummers
K11Voorsorteren op niet-autosnelweg. Bord met interlokale doelen, routenummers en verwijzing naar autosnelweg
K12Wijkwegwijzer binnen de bebouwde kom, met wijknamen (in verkeersgebieden)
K13Wijkwegwijzer binnen de bebouwde kom, met wijknummers (in verkeersgebieden)
K14Route voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen
L
Informatie
21 borden
L1Hoogte onderdoorgang
L2Voetgangersoversteekplaats
Hier steken voetgangers over; die laat je voorgaan.
L3Bushalte / tramhalte
L4Voorsorteren
L5Einde rijstrook
L6Splitsing
L7Aantal doorgaande rijstroken
L8Doodlopende weg
L9Vooraanduiding doodlopende weg
L10Vooraanduiding verkeersmaatregel voor de aangegeven richting
L11Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook/rijstroken
L12Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook
L13verkeerstunnel
L14Vluchthaven
L15Vluchthaven voorzien van een noodtelefoon en brandblusapparaat
L16Noodtelefoon
L17Brandblusapparaat
L18Noodtelefoon en brandblusapparaat
L19Dichtstbijzijnde uitgang of twee dichtstbijzijnde uitgangen in de op het bord aangegeven richting en afstand
L20Uitwijkplaats rechts van de weg
L21Uitwijkplaats links van de weg
!
Aanwijzingen verkeersregelaar
8 tekens
Onthoud de rangorde: aanwijzingen gaan bóven verkeerslichten, borden en de gewone verkeersregels. Wijst een agent je door bij rood licht, dan volg je de agent.
1Algemeen stopteken
Eén arm recht omhoog. Al het verkeer uit alle richtingen moet stoppen.
2Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van voren nadert
Eén arm zijwaarts gestrekt. Alleen het verkeer dat hem van voren tegemoetkomt moet stoppen.
3Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van achteren nadert
Eén arm zijwaarts, met de rug naar het verkeer toe. Alleen het verkeer achter hem moet stoppen.
4Stopteken zowel voor het verkeer dat de verkeersregelaar van voren, als voor het verkeer dat hem van achteren nadert
Beide armen zijwaarts gestrekt. Zowel het verkeer vóór hem als achter hem moet stoppen.
5Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van rechts nadert
Arm gestrekt naar de kant waar het verkeer vandaan komt: dat verkeer moet stoppen.
6Stopteken voor het verkeer in de vrije richtingen; opletten voor het verkeer in de stopgezette richtingen; kruispunt vrijmaken
Arm omhoog met wijsvinger. Vergelijkbaar met geel licht: het verkeer dat mocht rijden stopt, en wie al op het kruispunt staat maakt het vrij.
7Teken tot snelheid verminderen
Arm zijwaarts, met een op-en-neergaande beweging. Je moet vaart minderen, niet per se stoppen.
8Stopteken door verkeersbrigadier met toepassing van bord F10
Verkeersbrigadier met een rond stopbordje (F10), vaak bij scholen. Ook dit teken moet je opvolgen: je stopt voor de overstekende kinderen.
Test jezelf
Borden herkennen is iets anders dan weten wat je in een situatie moet doen. Doe tien gratis oefenvragen en kijk waar het bij jou nog misgaat.