Hoeveel fouten mag je maken bij het motortheorie-examen?

Je slaagt met 41 van de 50 goed. Dat klinkt als ruim negen fouten speling, maar die marge is sneller op dan de meeste kandidaten denken.

Gepubliceerd 30 augustus 2026 · 5 min lezen

Het examen bestaat uit 50 vragen die meetellen, plus twee testvragen die niet meetellen. Die testvragen zijn niet gemarkeerd: je weet tijdens het examen niet welke twee het zijn. Reken er dus niet op dat een vraag waar je over twijfelt wel zo'n testvraag zal zijn.

Negen fouten is minder marge dan het lijkt

Negen van de vijftig is achttien procent. Dat voelt ruim. Het probleem is dat fouten zich zelden gelijkmatig verdelen: ze klonteren in het onderwerp dat je het minst hebt geoefend. Wie voorrang goed beheerst maar verkeerstekens nooit heeft doorgenomen, verliest niet verspreid een puntje hier en daar maar zes vragen achter elkaar.

Het examen is verdeeld over acht onderwerpen, en die zijn niet even groot. Zo ziet de verdeling eruit over de vijftig vragen:

  • gebruik van de weg: 8 vragen
  • voorrang: 8 vragen
  • bijzondere wegen: 7 vragen
  • verkeerstekens: 7 vragen
  • veilig rijden: 6 vragen
  • verantwoord rijden en milieu: 5 vragen
  • voertuigkennis: 5 vragen
  • wetgeving: 4 vragen

Reken even mee. Laat je voorrang volledig liggen, dan zit je al op acht fouten en heb je nog één fout over voor de andere 42 vragen. Eén zwak onderwerp kost je dus vrijwel je hele marge.

Waar de negen fouten meestal weglopen

Niet bij de moeilijke vragen. Bij de vragen die makkelijk lijken. De meeste kandidaten verliezen punten op drie manieren.

  • Te snel lezen. „Moet je voor laten gaan” en „mag je voor laten gaan” zijn verschillende vragen met verschillende antwoorden.
  • Een regel kennen maar niet de uitzondering. Voorrang van rechts geldt, behalve als je van een onverharde weg komt, en behalve voor een tram.
  • Gokken op een vraag waarvan je het antwoord bijna weet, in plaats van de situatie uit te tekenen.

Wat een realistische score is

Als je in een proefexamen structureel rond de 41 scoort, sta je er slechter voor dan je denkt. Op de echte dag komt er spanning bij, een onbekende vraagstelling en tijdsdruk. Wie thuis 41 haalt, haalt op het examen vaak 38.

Een veiliger richtlijn: haal drie keer op rij 46 of hoger voordat je je examen plant. Dan heb je marge voor een slechte dag ingebouwd in plaats van erop te hopen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen moet je goed hebben bij motortheorie?
41 van de 50. Je mag er dus maximaal negen fout hebben. Er zijn daarnaast twee testvragen die niet meetellen en die je tijdens het examen niet kunt herkennen.
Tellen alle vragen even zwaar?
Ja. Elke vraag telt voor één punt, ongeacht het onderwerp of hoe moeilijk hij is. Wel zijn de onderwerpen verschillend groot: voorrang telt acht vragen, wetgeving vier.
Wat gebeurt er als ik precies 41 goed heb?
Dan ben je geslaagd. 41 is de ondergrens, niet de grens waarboven je moet komen.

Bronnen

  • CBR Rijprocedure A

Regels veranderen. Twijfel je bij een examenvraag, raadpleeg dan de actuele tekst van het RVV 1990 op wetten.overheid.nl.

Zelf oefenen

Tien vragen en een compleet theoriefragment, zonder account.

Lees ook